Konijn


Konijnenrassen varieren zeer van grootte, kleur, vachtlengte en de stand van de oren. Een groot ras zoals de Vlaamse reus kan meer dan acht kilogram wegen bij een kop-romplengte van minimaal 65 centimeter, terwijl dwergkonijntjes nauwelijks een kilogram wegen. Het gewone konijn weegt ongeveer anderhalf tot twee kilogram. Tamme dieren kunnen allerlei kleuren hebben: wit, bruin, roestbruin, zwart, grijs, blauw, agouti, etc. Ook zijn er dieren met meerdere kleuren en opvallende tekeningpatronen, als gevlekte konijnen. Over het algemeen hebben tamme konijnen een korte vacht, maar het Angorakonijn heeft juist een snelgroeiend wol. Kruisingen tussen wilde en tamme konijnen brengen meestal sterke, veelbehaarde jongen voor die ook allerlei kleuren kunnen hebben.

Voeding

Ook een konijn is een herbivoor, en dus een planteneter. Hij heeft dus voldoende vezels nodig om te zorgen dat

 zijn spijsvertering voldoende geprikkeld en gestimuleerd blijft. Het beste is het om uw konijn op vaste tijden te voeren, liefst in de avond. Hierdoor dwingt u het konijn zijn ochtendkeutels op te eten, wat voor zijn voeding erg belangrijk is. Het gaat dan om de plakpoep zoals dat ook wel genoemd wordt. Als u het dier in de morgen voert, zal hij dit laten liggen, en direct aan zijn voer beginnen, waardoor hij een stuk in zijn voeding mist.

Ziektes en problemen


Konijnen zijn heel kwetsbaar voor ziekten en dan vooral voor myxomatose en VHS, twee virusziekten. Als een konijn zo'n ziekte eenmaal heeft, is het meestal niet meerte redden. Tamme konijnen 

moeten dus ook ingeent worden tegen deze ziekten: eenmaal per jaar tegen VHS en tweemaal tegen myxomatose. Er zijn ook enkele veel voorkomende problemen bij konijnen waaronder "olifantentanden". De tanden van een konijn groeien altijd door en een konijn slijt deze af door aan takjes en dergelijke te knagen. Wilgentakken zijn hiervoor het meest geschikt, aangezien het hout daarvan niet splintert. Dieren die niet voldoende te knagen hebben, krijgen zeer lange tanden, waardoor de dieren hun mond niet kunnen dichtdoen, wat de dieren verhindert te eten. De dieren zullen verhongeren als de tanden niet door bijvoorbeeld een dierenarts worden teruggeslepen. Tanden knippen (in plaats van slijpen) is niet geheel zonder gevaar. De tanden kunnen splijten of barsten en ontstekingen met abcesvorming veroorzaken. Daarom is het beter ze af te slijpen.


Verzorging

Konijnen zijn van huis uit groepsdieren, echter is het niet verstandig om meerdere dieren in een ren te houden. Zij kunnen rivaliserend gedrag gaan vertonen in kleinere ruimtes, wat uit kan lopen op hevige gevechten. Dit is niet per definitie zo, maar meestal wordt aangeraden om twee konijnen te houden. Als je aan twee dieren wilt beginnen is de beste combinatie een gecastreerd mannetje met een gesteriliseerd vrouwtje. Redenen om een voedster (al is de ram gecastreerd) toch te laten steriliseren. Tegen die tijd dat een voedster 4-5 jaar is heeft zij - mede afhankelijk van het ras - een kans van 50-80% om te sterven aan baarmoeder(hals)kanker. Het bakerpraatje dat dit niet zo zou zijn als zij een nest heeft gehad moet krachtig uit de wereld geholpen worden. Aantasting van de baarmoeder door kanker en ontstekingen is helaas zeer veel voorkomend. Dring er dan ook op aan dat bij sterilisatie OOK de baarmoeder (al is het maar deels) wordt verwijderd - want dit is niet altijd standaard het geval.
Ze kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok. Konijnen kunnen wel tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid, felle zon en vrieskou. Je kunt dus beter je konijn in de winter in een schuur zetten waar het niet zo koud is. Je moet het konijn nooit vanuit een koude schuur zo bij de warme kachel zetten want de kans is groot dat hij het dan niet overleeft. Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. De dieren zijn erg schoon en verspreiden geen nare luchtjes, zolang je de kooi maar op tijd schoon maakt. Omdat konijnen veel lichaamsbeweging nodig hebben moet je ze regelmatig los laten lopen in een grote (buiten)ren of in de kamer, zolang de dieren niet bij giftige planten en bedrading kunnen komen. Bedrading kan worden weggewerkt in plinten en goten.
Konijnen zijn uitzonderlijk zindelijke dieren. Het is overbodig om ze in bad te doen. Soms, bij warm weer, zal het konijn bevuild stro opgraven om zich te koelen. Hierdoor ontstaan plekken in de vacht die moeilijk te verwijderen zijn. Een wasbeurt kan helpen, maar meestal verliest het konijn de plekken pas tijdens de rui. Kuis het hok dus op tijd uit. Je moet je konijn iedere week even borstelen. Dit is goed voor de bloedsomloop van het konijn en de oude haren worden verwijderd. De tanden van het konijn groeien altijd door en ze moeten dus af kunnen slijten. Het beste is veel hooi en takken waarop ze kunnen knagen. Te lange tanden hinderen het konijn bij het eten. De nagels van het konijn moet je elke twee a drie maanden knippen.
Het beste is om kleine stukjes van zoveel mogelijk verschillende groenten tegelijk te geven, in plaats van veel van een soort groente. De wilde konijnen in de natuur eten ook heel gevarieerd en eten overal een klein beetje van. Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, broccoli, venkel, bleekselderij, knolselderij, koolrabi, wortelen en wortelloof, het loof van radijsjes, blaadjes witlof, paksoi, waterkers, aangevuld met een takje peterselie of selderie. Geef konijnen steeds genoeg vezels. Vul korrels of groenvoer steeds aan met hooi of gras. Zonder vezels riskeert het konijn diarree of dikkebuikenziekte. Er zijn in de natuur nog veel meer kruiden en planten die goed zijn voor konijnen, als weegbree, wilde achillea, herderstasje, boerenwormkruid, absint, de bloemen en het blad van de paardebloem, dovenetel etc. De jonge toppen van de brandnetel zijn zeer gezond, maar ze moeten wel eerst een dag liggen om de "brand" eruit te halen.
Opletten met: prei, ui, bieslook, bonen, erwten, mais, vaste kool, spruitjes. Teveel klaver geeft ook problemen, net zoals veel nat gras. Afgemaaid gras mag nooit gegeven worden, geplukt of geknipt lang gras wel. Met koolsoorten en sla moet je voorzichtig zijn, omdat een konijn daar heel snel gasvorming van krijgt, wat ook weer dodelijk kan zijn. Het is beter om van de koolsoorten beetje bloemkool en 's winters boerenkool te geven. 

Huisvesting

Om continue in te verblijven zijn de meeste konijnenhokken zonder ren eigenlijk aan de kleine kant. Om te voldoen aan de ruimte die een konijn nodig heeft, wordt als maatstaf meestal 1 a 2 vierkante meter per konijn gehanteerd. Het is daarom belangrijk om het konijn als het even weer is, lekker buiten te laten rennen en spelen. Hiervoor zijn diverse rennen en afzettingen te verkrijgen, zodat het dier niet wegloopt, en niet direct wordt belaagd door andere levensvormen. Konijnen hebben de behoefte om te spelen. Ze zullen speelgoed erg op prijs stellen. Geschikt speelgoed is o.a.: een kartonnen doos met een gat erin (leuk om in te kruipen/bovenop te springen), lege w.c. rolletjes (om mee te gooien), een tennisbal aan een touwtje ophangen (om tegenaan te botsten), houten balletjes (om te knagen en om te gooien), wilgentakken (om op te knagen), een stuk oud tapijt (om te krabben). Het speelgoed zal gesloopt worden, dan weet je zeker dat het konijn het leuk vind. 


 

Bezoekers adres:

Hoofdstraat 5
6671 CB Zetten
0488-420957

E-mail  

*

*  

*

*

*

*