De kat


De kat

De oudste vondst van een gedomesticeerde kat is in een Neolitisch graf in de buurt van Shillourokambos in Cyprus van circa 9500 jaar geleden. De katten die op dit eiland voorkwamen waren meegenomen per boot vanuit Klein Azië door immigranten daar die al katten als huisdier hadden. Op een gevonden kleitablet wat een verhuisinventarisatie geeft stond bij de levende have ook een kat vermeld. Zevenduizend jaar geleden begonnen kleine wilde katten in Klein Azië zich rondom graanopslagplaatsen daar op te houden vanwege de aanwezigheid van kleine prooidieren (muizen en ratten). De kittens werden naar binnengebracht en tam gemaakt en langzamerhand ontstond de gedomesticeerde kat hieruit. Vanuit Klein Azië werd de kat al heel vroeg meegenomen door reizigers en emigranten Europa in, maar ook richting Azië. De kat bekleedt al zeer lang een belangrijke plaats, bijvoorbeeld in de Germaanse mythologie. Freya, de godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de schoonheid, liet zich door de wolken rijden op een wagen die werd getrokken door wilde katten.

Bij de Egyptenaren was de kat het symbool van de vruchtbaarheid in de vorm van de kattengodin Bastet. De kat stond in hoog aanzien en mensen die een kat doodden of mishandelden werden zwaar gestraft. Katten werden bij de Egyptenaren gemummificeerd en bijgezet. Voor de Romeinen waren katten eveneens belangrijk, en zij werden beschouwd als beschermer en hoeder van hun bezittingen. In Azië was de kat al vroeg bekend, vooral in China, Japan en Siam. Ze werden vaak vereerd als tempeldieren die door de monniken verzorgd werden. In Griekse huizen werden in de oudheid hermelijnen gehouden die de functie van de huiskat vervulden, tot in de negende eeuw van onze jaartelling waren katten daar niet algemeen verspreid.

 Bij de christenen waren katten in de late middeleeuwen niet geliefd, waarschijnlijk omdat ze door hun nachtelijke "concerten" vaak geidentificeerd werden met de "machten van de duisternis". In de 14e eeuw werden katten, omdat ze in verband werden gebracht met hekserij, in groten getale verbrand en doodgeknuppeld. Ook dienden katten als offer voor de boze geesten, of ze werden levend begraven. Gevolg van deze slachtpartijen was een explosie van het aantal ratten, waardoor waarschijnlijk het optreden van pestepidemieën werd bevorderd.

Gedrag & Communicatie

 Katten zijn erg beweeglijk: ze kunnen snel korte afstanden afleggen en het zijn goede klimmers. In tegenstelling tot honden hebben katten een beperkt uithoudingsvermogen. Katten houden meestal niet van water, maar ze kunnen wel zwemmen. Katten jagen op hun prooi door ze geruisloos te besluipen of vanuit stilstand te bespringen. Als de kat dicht genoeg genaderd is, bespringt hij de prooi en vangt hij het dier met zijn scherpe tanden en klauwen. De neiging om langdurig met de gewonde prooi te spelen wordt bij alle katachtige waargenomen, ook bij de gedomesticeerde kat. Het is een middel om de prooi onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen als deze zich door bijten verdedigt.

Naast het jagen kunnen katten ook erg luieren. Ze houden ervan om lekker in de zon te zitten of op een warme ondergrond te gaan slapen. Dit is ook nodig, omdat die tijd de kat de mogelijkheid geeft om de relatief grote en voedzame prooi te verteren. De gemiddelde kat slaapt of luiert tweemaal zo lang als een mens. Net als leeuwen en tijgers likken ze zichzelf schoon met hun tong; vaak doen ze dit voor of na het slapen gaan. De instinctieve verzorging van de vacht met tanden, speeksel met enzymen en vet uit een klier boven de staart vergt ongeveer twee uur per dag. Een kat weegt tussen de 2.5 en de 9 kg.

Katten zijn vrij solitaire dieren, net als de andere katachtige (met uitzondering van de leeuw, die in groepen leeft). Wel bestaan er tussen katten losvaste banden in een wijd territorium die vaak familie gerelateerd zijn. Het is goed mogelijk meerdere katten als huisdier te houden omdat deze een familieband aangaan en bereid zijn een gezamenlijk territorium te delen. Een jong katje heet een kitten. In de jeugd van de kat is er een periode, tussen de 12e en 60e dag, waarin katten open staan voor indrukken en lessen. Deze inprentingperiode is cruciaal voor het gedrag van de volwassen kat. Heeft de kat in deze tijd geen mensen gekend, dan zal hij ook nooit werkelijk te socialiseren zijn. Als een moederpoes de uitgekozen veilige nestplaats niet veilig genoeg vindt kan ze de jongen instinctief zo nu en dan naar een andere plek brengen. Daarbij worden de jongen aan het nekvel gedragen. Een ook bij volwassen katten aanwezige reflex zorgt ervoor dat de dieren dan compleet ontspannen zijn.

 Lapjeskatten kunnen vrijwel alleen vrouwelijk zijn. De tekening is genetisch bepaald doordat de twee hoofdkleuren van de kat, rood en zwart, op de geslachtschromosomen zitten. Door een genetische afwijking komt er soms een lapjeskater voor, maar die is meestal onvruchtbaar.

 

Bezoekers adres:

Hoofdstraat 5
6671 CB Zetten
0488-420957

E-mail  

*

*  

*

*

*

*