Duiven

Geschiedenis

De postduif stamt af van de Rotsduif, een duif die leeft in het wild. Ver voor het begin van onze jaartelling ging men in landen als Perzië, Griekenland en Egypte over tot het houden van duiven. Zo ontstond er een tamme soort. De duiven die men toen hield, waren vooral bedoeld voor consumptie, om op te eten dus.

De oude Romeinen en Grieken (ca. 500 voor Christus) kwamen op het idee om de duiven ook te gaan gebruiken voor het versturen van berichten. Vooral in tijden van oorlog en rampen gebruikte werden met grote regelmaat duiven ingezet om snel belangrijke berichten over te brengen. Tot ver in de twintigste eeuw gebruikte men de postduiven hiervoor.
In de 16e eeuw bracht werden de eerste duivenhokken ondergebracht in torens, waarin soms wel plaats was voor 2000 duiven. Alleen edelen mochten dergelijke duiventorens bouwen. De meeste jonge duiven die geboren werden, at men op. De ontlasting van de duiven werd gebruikt om de landerijen te bemesten. Voor 'duivenpoep' werd in die tijd erg veel geld betaald.
Nu, in de 21e eeuw, wordt wereldwijd in meer dan 40 landen de postduivensport beoefend. De hobby is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Men kwam toen op het idee om duiven te gaan kweken die snel naar hun hok terugkeren. Vanuit België verspreidde de hobby zich over Europa. Ook in Nederland werd het houden van duiven populair.

Lichaamsbouw

Een postduif is in staat om snel en lang te vliegen. De lichaamsbouw van de duif is hier helemaal op aangepast. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste botten hol van binnen, waardoor het gewicht van de duif wordt beperkt. Ook heeft een postduif twee hele sterke borstspieren. Deze spieren worden gebruikt voor het op en neer bewegen van de vleugels. Een van de twee spieren trekt de vleugels naar beneden, de andere heft de vleugels naar boven.

Doffer en duivin

Een mannetjesduif heet doffer en een vrouwtjesduif noemen we een duivin. Het verschil is niet altijd even makkelijk te zien. Zowel bij de doffer als bij de duivin liggen de geslachtsorganen binnen in het lichaam. Doffers zijn meestal krachtiger gebouwd en hebben grotere neusdoppen.

In bad

De meeste duiven houden ervan om zo nu en dan een fris bad te nemen. Een bak gevuld met ongeveer 10 cm water, eventueel aangevuld met badzout, wordt in de tuin of in het hok gezet. Maar het bad moet na de badderpartij niet te lang blijven staan. Soms drinken de duiven namelijk uit het bad en wanneer het water lang staat, kunnen ze er ziek van worden.
Als het bad buiten in de tuin wordt gezet, kunnen de duiven zoveel spatteren als ze willen. Wanneer je het bad in het hok zet, moet je echter goed in de gaten worden gehouden dat de grond niet te nat wordt. Een vochtig hok is niet goed voor de duiven.

Schoonmaken

Allerlei ziekten worden door de uitwerpselen van de ene duif op de andere overgedragen. Het is daarom heel belangrijk dat het duivenhok iedere dag wordt schoongemaakt. Een schoon hok is een eerste vereiste voor gezonde duiven. De duivenliefhebber gebruikt hiervoor meestal een 'krabber'. Van de vloer, uit de broedhokjes en van de zitschapjes wordt de duivenpoep weggekrabt. Het lijkt een vies werkje, maar dat valt best mee.
Omdat ook via drinkwater ziekten kunnen worden overgegeven, moeten ook de drinkbakken en het bad regelmatig goed schoongemaakt worden. En natuurlijk moeten ook de etensbakken en de manden waarin de duiven worden vervoerd zo nu en dan een grondige schoonmaakbeurt krijgen.
Omdat ook ratten en muizen ziektekiemen kunnen overbrengen, moet worden voorkomen worden dat deze knaagdiertjes in of om het duivenhok gaan wonen. Dus: 's nachts geen voer in de etensbakken laten liggen, het voer goed afgesloten bewaren (niet in papieren zakken) en ervoor zorgen dat muizen en ratten niet het hok in kunnen.
 

 

Bezoekers adres:

Hoofdstraat 5
6671 CB Zetten
0488-420957

E-mail  

*

*  

*

*

*

*